“Ik ben geboren op Sumatra, Indonesië. Mijn biologische vader heb ik niet gekend, hij stierf toen hij 28 was. Mijn moeder is met mij en mijn zus teruggegaan naar Nederland. Moeder deed wat ze kon, maar de spanning was voelbaar. Ze droeg al die jaren haar verdriet met zich mee en haar tweede echtgenoot was een moeilijke man. Dat ik nu tegenover een basisschool woon is dan ook een cadeau. Ik zie zorgzame ouders en hun spelende kinderen, die zich in alle vrijheid ontwikkelen. Ik kan daar intens van genieten, misschien juist wel omdat ik dat vroeger miste.
Mijn verdere leven stond jarenlang in het teken van studeren en werken. Ik was lector Franse Taalkunde in Groningen en werd later hoogleraar en decaan aan de letterenfaculteit van de Universiteit van Utrecht. Dat was erg leuk, bestuurlijk werk. 

Ziek

Ik trouwde met mijn vrouw Marijke, met wie ik twee zoons kreeg. Ik werkte veel en zij runde het huishouden. We waren gelukkig en onze zoons hadden een veilige jeugd. Maar in 2006 werd mijn vrouw ziek. Elf jaar lang werd ze gedialyseerd en al die jaren kwakkelde ze met haar gezondheid. Ze werd steeds zieker, kreeg een hersenontsteking en ze ging zienderogen achteruit. Ze wilde niet als een kasplantje sterven en wilde de regie behouden. Ik begreep haar standpunt en liet haar los uit liefde. Heel bewust hebben we afscheid genomen. Van elkaar, van haar leven. Ze is rustig ingeslapen en het klinkt misschien gek, maar haar overlijden heeft mij doen inzien dat de dood ook iets moois kan zijn. Het is alleen zo jammer dat ze mij niet heeft gekend na die ene, belangrijke dag in 2021. 

Hersenbloeding

Op 21 maart 2021 stond ik in de badkamer, toen ik ineens dacht ‘wat is mijn hoofd dicht bij de grond.’ Ik was gevallen en zag dat ik flink bloedde. Het lukte me gelukkig om te bellen met de buren en vrienden. Zij belden 112. Al snel was duidelijk dat ik een herseninfarct had gehad en dat ik naar het UMC gebracht zou worden. Op dat moment dacht ik dat ik doodging. Ik werd gerustgesteld door de mensen die bij me waren. Dit hoefde niet mijn dood te betekenen. Mijn situatie stabiliseerde en ik ging vanuit UMC naar een revalidatiekliniek in Zeist. Een goedwillende verzorgster bracht me in mijn rolstoel naar de huiskamer. Ik keek rond en realiseerde me dat ik als een zielloos wezen werd verplaatst. Dat dit misschien wel mijn eindstation zou zijn. Dat wilde ik absoluut niet en dus zei ik tegen mijn jongste zoon dat ik er mee wilde stoppen. Zo wilde ik niet leven. Vanzelfsprekend schrok mijn zoon daarvan. Hij zei ‘het hoeft nu nog niet papa’ en dat begreep ik. Hij wilde me niet verliezen. Toch hielp hij me bij het inschrijven in de Levenseindekliniek. Een groot gebaar van mijn jongste, maar ook de oudste is me altijd blijven steunen. Ik hou zo waanzinnig veel van mijn zoons! 

“De angst om afhankelijk te zijn van anderen, hield én houdt me op de been.”

De dood

De tijd tikte verder en ik lag in de revalidatiekliniek. Niet wetende wat me te wachten stond. Voor je het weet lig je in je eigen vuil, afhankelijk van alles en iedereen. Ik vroeg de fysiotherapeut hoe groot de kans was dat ik nog kon revalideren. ‘Heeft het zin?’ vroeg ik hem. Hij gaf me geen garanties, maar zei ‘begin maar gewoon’. En dat deed ik. Ik heb keihard gewerkt om er weer bovenop te komen. De angst om afhankelijk te zijn van anderen, hield én houdt me op de been. Ondanks alles woon ik nog zelfstandig in het huis waar onze kinderen opgroeiden.

“Ik doe verschrikkelijk mijn best om geen knorrige oude man te worden”

Ik kan rekenen op lieve buren, mijn kinderen, mensen van de kerk én een hulp die eens per week het huis poetst en een praatje maakt. Het huishouden doe ik verder zelf. Met tegenzin doe ik de was en ik kook dagelijks een maaltijd voor mezelf. Koken is voor mij een manier om ritme in de dag te houden. Nu pas kom ik erachter wat mijn vrouw al die jaren voor ons gedaan heeft. Hoe hard zij gewerkt heeft, terwijl ik dat niet zag en alleen maar parmantig rondliep. Dat vind ik soms lastig, want ik had het haar zo gegund om samen te leven met de Wiecher van nu. Ik ben echt veranderd en mijn infarct heeft dus ook wat moois opgeleverd. Natuurlijk ervaar ik ongemakken en blijft de dood een belangrijk onderwerp in mijn leven. Ik heb vrienden die ziek zijn en doodgaan, ik zit zelf natuurlijk ook tegen het einde. Maar het is een luxe dat mijn vrouw zo prachtig is overleden. Daardoor denk ik lichtzinniger over de dood. 

Mijnkwaliteitvanleven.nl-Tom van Limpt-heer Zwanenburg-_DSC2741-606x252


Actief en nieuwsgierig

Waar ik vroeger enorm rationeel was en me als een hork kon gedragen, sta ik nu veel dichter bij mijn gevoel. Ik praat veel makkelijker over mijn emoties. Zo praat ik ook regelmatig tegen de foto van mijn overleden vader, die boven op mijn werkkamer hangt. Ik heb sinds een paar jaar zijn naam als tweede naam aangenomen. Op die manier is en blijft hij onderdeel van mij. Dat praten helpt mij. Ik ben een enorme kwebbel en dat heeft me gered. Het is voor mij ook belangrijk om dicht bij mezelf te blijven. Om zelfstandig te zijn en nieuwsgierig te blijven. Natuurlijk ben ik soms moe, maar ik blijf om me heen kijken, luisteren en ontdekken. Ik leer schaken van een goede vriend, ik ben actief binnen de kerk en ik lees veel over de geschiedenis én de toekomst. Op dit moment lees ik bijvoorbeeld over Artificial Intelligence. Mijn vrouw kocht ooit een piano, daar kruip ik nu dagelijks even achter. En ik kan enorm genieten van de kinderen die hier tegenover op het schoolplein spelen. Die energie en levenslust, heerlijk! 

“Ik ben er hartstochtelijk van overtuigd dat je moet leven op dit moment.”

Mijnkwaliteitvanleven.nl-Tom van Limpt-heer Zwanenburg-_DSC2769-606x252

Leven in het nu

Wat het leven je brengt, weet je niet. Je moet maar afwachten wat er komt en je daar naar schikken. Ik moet me richten op wat nog wél kan. En natuurlijk rouw ik om de dingen die niet meer kunnen. Zo mag ik geen auto meer rijden. Dat is wel even slikken, omdat ik een stukje autonomie ben kwijtgeraakt. Maar ik probeer zo fris mogelijk te blijven. Ik wil op de hoogte blijven van wat er speelt in de wereld en doe verschrikkelijk mijn best om geen knorrige oude man te worden. Ik ben bevoorrecht dat ik er nog ben en dat ik een fijn leven heb met lieve mensen om mij heen. En ja, eens is het afgelopen. Maar voor mij telt het nu. Ik geloof niet in leven na de dood. Ik ben er hartstochtelijk van overtuigd dat je moet leven op dit moment. Leef nu en wees jezelf. Ik heb mezelf altijd als rationeel willen presenteren, maar weet nu dat die façade me niet per se evenwichtiger heeft gemaakt. Wees eerlijk over je gevoel, durf emotie te tonen en neem initiatieven. Hoe meer je dat doet, hoe meer energie je krijgt!”