Voor al die momenten van te weinig lucht en te veel kruim. Al die momenten van mis en moeilijk waar ik niet bij wou stilstaan maar die toch hun prijs hebben. Dan komt er een dag dat de kassa ineens blijft rinkelen voor de nog niet voldane rekeningetjes.

Mensen winnen zó graag, dat ze niet goed leren hoe te verliezen. En dat terwijl verliezen veel gebruikelijker is dan winnen. Niet alleen kent elke wedstrijd doorgaans maar één winnaar, ook verliest iedereen maar dan ook ie-der-een zijn belangrijkste ronde, namelijk de laatste.

Misschien valt de spreekwoordelijke berusting van oudere mensen wel te verklaren uit het troostende inzicht, dat er naarmate de levensavond vordert steeds minder te verliezen valt. Kracht, vitaliteit, energie, tempo, ambitie: stuk voor stuk klinken ze gaandeweg in om – als het een beetje meezit – plaats te maken voor bezonkenheid en rust. Een houding die boeddhisten op hun manier ook nastreven. De kwaliteit van minder-is-meer.

Het is misschien wel zoals Janis Joplin het zo meeslepend zong: ‘Freedom’s just another word for nothin’ left to lose.’ Als je niets meer te verliezen hebt, dan ben je pas echt vrij.

Het blijft doodzonde dat zij dat stadium al op haar 27ste bereikte, maar er spreekt een onthechtheid uit, die me elke keer treft als ik het zinnetje ergens tegenkom.

Wat verliezen we precies met het vorderen van de jaren? Ongekende mogelijkheden, natuurlijk. Maar ook aanstaande teleurstellingen. Verrassende verrukkingen. Maar ook onbekend verdriet. We verliezen in elk geval verwachtingen. Maar dat verlies is misschien wel winst, of zoals Joplin zei: vrijheid.

Buiten is het nog steeds wolkeloos bewolkt, zie ik. Maar ik geloof dat het binnen nu toch ietsje lichter wordt.