Onze vader kan niet tegen alleen zijn, dat was al zo toen onze moeder dertig jaar geleden overleed. Na drie jaar leerde hij zijn vriendin kennen, met wie hij 27 jaar een relatie heeft gehad. Toen zij nog leefde, had hij weinig zorg nodig. Ze gingen er samen regelmatig op uit en hadden veel aanloop van familie.
Sinds haar overlijden is hij hard achteruit gegaan. Hij is meer in zichzelf gekeerd, kan minder goed lopen, zien en horen. Hierdoor is hij afhankelijker geworden en kan hij gesprekken niet goed meer volgen, vaak staat zijn blik op oneindig. Eigenlijk kun je alleen nog één-op-één met hem praten en ook dat valt niet altijd mee. ‘Is er nog nieuws?’ vraagt hij standaard. We hebben het met hem over het weer, de kleinkinderen, roddels uit het dorp. Het landelijke nieuws zegt hem niets meer, net zoals veel televisieprogramma’s waarvan het tempo te hoog ligt.

Tussenmomenten

De aanleunwoning waarin hij woont is eigenlijk wat te groot voor hem alleen. Zelfstandig deelnemen aan activiteiten in het aangrenzende ontmoetingscentrum, zoals biljarten of kaarten, kan hij niet meer. De mensen die er komen zijn vaak 70- en 80+ en staan nog wat voller in het leven. Voor de leeftijdsgroep van onze vader zijn weinig mogelijkheden. Voorheen kwam hij niet in aanmerking voor dagbesteding, omdat daar een vrij hoge indicatie voor nodig is. Hij viel dus echt tussen wal en schip. Een tijdje geleden is hij getest en scoorde hij zo slecht, dat hij toch is toegelaten. Vermoedelijk heeft hij beginnende dementie.
Vanaf dit voorjaar gaat hij drie dagen per week naar de dagbesteding, waar hij ’s middags een warme maaltijd krijgt. Op de andere dagen worden zijn maaltijden thuisbezorgd. Verder komt er iedere ochtend en avond thuiszorg in verband met zijn hoorapparaat, steunkousen en medicatie. Tussendoor blijven er veel momenten over dat hij alleen is. Vaak zit hij hele dagen in zijn stoel uit het raam te staren of ligt hij te slapen. ‘Er komt hier nooit iemand,’ merkt hij regelmatig op, of ‘Ga je al weer? De dag zal wel weer lang duren.’

Bezoekregeling

Als de kleinkinderen er zijn bloeit hij op en ook het gezelschap van onze hondjes doet hem goed. Het liefst heeft hij dat er de hele dag iemand bij hem is. Dat is niet haalbaar: wij werken overdag en zijn broers en zussen leven nog wel, maar hebben geen vervoer. Om ervoor te zorgen dat er iedere dag iemand bij hem langsgaat, hebben we sinds kort samen met onze broer een bezoekschema ingesteld. Voorheen appten we dagelijks over wie er op bezoek zou gaan, dat was erg onrustig. Nu hebben we vaste bezoekmomenten door de week afgesproken, en om de paar weken een zaterdag of zondag.

In het weekend nemen we hem vaak ergens mee naar toe: ’s zomers naar een terrasje en ’s winters om ergens binnen wat te drinken. Zo is hij er even uit en krijgt hij wat nieuwe prikkels. Hij kan ook erg genieten van rondrijden op binnendoorweggetjes in het buitengebied, het liefst met de man van Corrie. Die is agrarisch boekhouder en kan zich goed verplaatsen in de belevingswereld van onze vader, die boer is geweest. Samen praten ze dan bijvoorbeeld over de gewassen op de akkers.

Vroeger ging je met je zestigste met pensioen, nu werken we door tot we 67 zijn, zorgen we voor onze kleinkinderen en vaak ook nog voor onze ouders. Dat heeft wel invloed op je sociale leven. Met name Ankie, die acht jaar jonger is dan Corrie, krijgt regelmatig de vraag: is het nou echt nodig dat je zo vaak naar je vader gaat? De ouders van haar vrienden en kennissen zijn over het algemeen jonger en zitten daardoor nog in een heel andere fase. Corrie merkt dat ze meer mensen in haar omgeving heeft die het herkennen en begrijpen.

Nooit meer alleen

We wonen naast elkaar en gaan zelfs samen op vakantie. Onze kinderen nemen dan de bezoekbeurten over. Toch is vader vorige zomer de hele week down geweest toen wij weg waren. Dit jaar is het beter gegaan, misschien doordat hij nu naar de dagbesteding gaat. Toch toont het wel aan dat de huidige woonsituatie eigenlijk niet meer passend is. De ouderen in deze aanleunwoningen leven allemaal best wel op een eilandje. Hoewel ze elkaar kennen, vaak ook nog van vroeger, gaan ze niet bij elkaar op de koffie.
Wij zouden daarom graag zien dat onze vader naar een kleinschalig zorgcentrum gaat, in een aangrenzend dorp. Daar heeft hij altijd mensen om zich heen, wordt er samen gegeten en wordt hij meer gestimuleerd. Dat de bejaardenhuizen zijn afgeschaft, vinden we de slechtste beslissing van de overheid ooit! Van ons mogen ze terugkomen voor mensen van boven de negentig.

Aanvankelijk zag onze vader het niet zitten om naar het zorgcentrum te verhuizen. Zijn zussen woonden toch ook nog zelfstandig? Ja, maar anders dan hij kunnen zij prima alleen zijn. Dat antwoord zette hem aan het denken. ‘Als ik daarheen ga, ben ik dan nooit meer alleen?’ vroeg hij. Toen we dat bevestigden stond hij meer open voor het idee.

Onze aanvraag bij het CIZ voor plaatsing is net goedgekeurd. Het is nu nog afwachten wanneer hij er daadwerkelijk terecht kan. Natuurlijk blijven we hem straks regelmatig bezoeken, alleen kan het dan allemaal wat flexibeler. Nu voelen we steeds de drang om op zondag naar hem toe te gaan, omdat hij anders de hele dag alleen zit. Tot die tijd regelen we het samen met onze broer - en eigenlijk doen we dat best wel knap!

Fotografie en interview: Tom van Limpt en Sandra Willemen