Op 10 november 2011 fietste ik na een stagedag naar huis, toen ik werd aangereden door een auto. Ik weet helemaal niets meer van die dag. Mijn ouders hebben me later verteld wat er is gebeurd.

Ik lag in coma en werd naar het ziekenhuis in Tilburg gebracht. Vanwege flinke bloedingen in mijn hersenen moest ik ’s nachts meteen geopereerd worden. Er werd een stukje schedel weggehaald om de druk op de hersenstam weg te nemen. Dat was heel spannend voor mijn ouders, want de artsen wisten niet of ik het zou overleven.

Na een week of 2 mocht ik van de intensive care naar de medium care van het ziekenhuis. Ik was medisch uit coma, maar nog in vegetatieve toestand. Dat betekent dat ik nog nergens op reageerde.

Revalidatietherapie

Om weer bij bewustzijn te komen, heb ik 14 weken het zogenaamde VIN-programma (Vroege Intensieve Neurorevalidatie) gevolgd bij revalidatiecentrum het Leijpark in Tilburg. Dat is een speciale behandeling voor kinderen en jongeren tot 25 jaar met ernstig hersenletsel. Hierbij kreeg ik zintuiglijke en later ook cognitieve prikkels toegediend, zogenaamde stimuleringen, om mijn bewustzijn naar een hoger niveau te brengen.

Mijn ouders en broer verbleven in die periode in het naastgelegen Ronald McDonald Huis, want ze wilden dichtbij mij zijn. Ze mochten veel therapieën bijwonen en werden nauw bij het revalidatieproces betrokken.

Toen ik na 14 weken weer volledig bij bewustzijn werd verklaard, besefte ik niet meteen wat er was gebeurd. Dat is later pas gekomen. Blijkbaar beschermden mijn hersens me tegen een te grote schok. Op dat moment dacht ik vooral: ik zie wel. Ik herkende mijn familie wel meteen. De therapeuten lieten me foto’s zien en ik moest dan bijvoorbeeld zeggen ‘dat is opa, dat is mijn broertje’. Toen ik nog niet kon praten, knikte ik ja of nee.

Blijven leren

Na de VIN-therapie mocht ik door naar een revalidatie-afdeling voor kinderen en jongeren. Daar leerde ik nog verder. En dat doe ik nog steeds. Nu met therapieën dichter bij huis. Ik ga 2 keer per week naar krachttraining en 1 keer per week naar hydrotherapie. Ook komt er komt wekelijks een ergotherapeute thuis met mij oefenen. Zij zegt altijd: ‘met Britt is het nooit saai!’. Ik wil telkens nieuwe dingen leren en zorg voor verrassingen.

Als gevolg van het hersenletsel heb ik coördinatieproblemen met mijn handen, armen en benen. Toch loop ik inmiddels alweer met een rollator en ben ik zelfs aan het oefenen met fietsen. Het liefst zou ik ooit weer kunnen autorijden. Kort voor het ongeluk had ik mijn rijbewijs gehaald. Nu brengen mijn ouders me meestal weg of ga ik met Taxbus.

Slimme woning

Voor het ongeluk woonde ik op kamers in Schoonhoven, waar ik in het 3e jaar van de opleiding tot goudsmid zat. Nu woon ik weer bij mijn ouders, maar wel in mijn eigen appartement. We hebben allebei een eigen voordeur en kunnen binnendoor naar elkaar toe. Eigenlijk zijn we dus buren.

In 2013 zijn we hierheen verhuisd. Ons oude huis had niet zoveel mogelijkheden voor aanpassingen. Daarom hebben mijn ouders een boerderij aan de rand van het dorp gekocht en verbouwd.

Mijn vader heeft in mijn rolstoel door het huis rondgereden om te kijken wat handig was. En hij heeft met een binnenhuisarchitect die zelf in een rolstoel zit slimme oplossingen bedacht. Alle deuren in huis zijn schuifdeuren, zodat ik er gemakkelijk met mijn rolstoel door kan. Mijn badkamer is zo ingericht dat ik zelf kan douchen.

Mijn ouders zorgen wel dat ze in de buurt zijn. De keuken heeft een elektrisch blad, dat in hoogte verstelbaar is. Ook de oven is heel bijzonder: de bodemplaat kan naar beneden bewegen, zodat ik er vanuit mijn rolstoel zelf bijvoorbeeld broodjes op kan leggen.

Zelfstandiger

Mijn ouders en ik doen nu nog veel samen, maar de bedoeling is dat ik steeds zelfstandiger word. Ik weet heel goed wat ik wil, maar kan mijn wensen niet altijd zelf uitvoeren. Mijn ouders kijken dan hoe ze mij daarbij kunnen helpen. Hun uitgangspunt is dat ik zelf mag bepalen.

Zo ging dat ook met de inrichting van mijn appartement. Ik wilde bijvoorbeeld graag zelf glas-in-loodramen maken voor de deur in mijn woonkamer. Mijn ouders hebben mij toen gestimuleerd een ontwerp te maken en hebben iemand gezocht voor de uitvoering ervan. Ook wilde ik graag zelf de ramen en deuren open en dicht kunnen doen. Mijn ouders hebben de timmerman opdracht gegeven om de klinken zo laag te plaatsen dat ik er vanuit de rolstoel bij kan.

Ook voor het sieraden maken bedenkt mijn vader handige hulpmiddelen, zoals een speciale klem op mijn werkbank. Hierdoor heb ik 2 handen vrij om mijn sieraden te kunnen bewerken. In mijn rechterhand heb ik meer kracht, links is mijn motoriek beter. Sinds een tijdje maak ik weer sieraden van eigen ontwerp, maar niet dezelfde dingen als eerst. Een goudsmid uit het dorp komt me helpen.

Erop uit

De vrienden en vriendinnen die ik eerst had, zie ik een stuk minder. Ik ga nu 1 keer in de maand iets leuks doen met twee achternichtjes, vanuit mijn pgb. We gaan dan bijvoorbeeld naar een musical of een modeshow. Of we gaan met de honden de bossen in, tegenwoordig ook met mijn eigen hondje Molly. Zij is echt mijn maatje. Verder ga ik 2 dagen per week naar Zorgatelier Buiten in Lage Mierde, voor creatieve dagbesteding.

Ook zit ik met mijn broer bij een carnavalsvereniging. Ik help mee met het ontwerp van de carnavalswagen en krijg een eigen plekje en taak bij de optocht. Als ik de kroeg inga, zoeken mijn ouders een relatief rustige plek uit met goed bereikbare toiletten. Ook zorgen ze ervoor dat ik niet te laat naar huis ga en goed uitslaap.

Energie verdelen

Tijdens carnaval komen er natuurlijk veel prikkels bij me binnen, alleen al door de muziek. Veel mensen met Niet-aangeboren Hersenletsel (NAH) kunnen harde geluiden niet goed verdragen. Bij het zorgatelier moeten de telefoons bijvoorbeeld op stil staan. Voor mij hoeft dat niet, ik kan er beter tegen.

Toch merk ik de laatste tijd dat ik veel moe ben. In het begin rustte ik iedere middag een uurtje, later deed ik dat niet meer. Ik dacht dat ik het allemaal wel aankon. Ik ben nu met mijn ergotherapeute aan het kijken waar ik energie van krijg en wat energie kost.

Mijn verhaal

Het is niet de eerste keer dat ik mijn verhaal vertel. Ik ben zelfs al op televisie geweest, bij De Wereld Draait Door University (vanaf minuut 28.10). Ik sta ook in het boek Mijn kind in coma van het revalidatiecentrum. Ik vind het fijn om mijn verhaal te vertellen, omdat ik mensen dan kan laten zien wat er allemaal mogelijk is.

Fotografie en interview: Tom van Limpt en Sandra Willemen