Op een vrijdagavond in het jaar 2000 stond ik onder de douche, toen ik ineens een deukje voelde in mijn rechterborst. Ik ging voor de spiegel staan en wist meteen dat het foute boel was, want in mijn familie kwam vaker borstkanker voor. Ik kon er alleen nog niets over zeggen, met het weekend voor de deur. Mijn dochter begon maandag aan de proefwerkweek en zondag was het moederdag. Die maandag ging ik meteen naar de huisarts, dinsdag zat ik bij de chirurg en 1 week later werd ik al geopereerd. Mijn borst werd verwijderd en in de maanden erna kreeg ik chemo.

Te druk

Een half jaar later begon ik weer met werken, maar het lukte niet om in mijn oude functie terug te komen. Ik had een emotionele shock door alle gebeurtenissen van de afgelopen maanden: ik was niet alleen ziek geworden, maar kort daarvoor ook gescheiden en begonnen met een nieuwe baan bij een cursusbureau voor artsen. Als administratief medewerkster en gastvrouw moest ik veel regelen en had ik continu mensen om me heen. Die drukte kon ik toen niet meer aan. Ik kreeg een andere functie binnen hetzelfde bedrijf en werkte er nog zeven jaar.

Weer ziek

Toen ik in 2008 na een verbroken relatie verhuisde en met een nieuwe baan begon als doktersassistente, werd ik opnieuw ziek. Dit keer werd mijn linkerborst verwijderd en kreeg ik 6 chemokuren. Daarna heb ik een revalidatieprogramma voor ex-kankerpatiënten gevolgd. Het sportieve gedeelte hiervan vond ik erg fijn, het psycho-educatieve gedeelte – waarbij je ging onderzoeken wat kanker met je doet – was voor mij te belastend. Dat had even geparkeerd mogen worden, zodat ik het in kleine beetjes kon verwerken.

Ook vond ik het confronterend om in het revalidatiecentrum mensen met allerlei ernstige gezondheidsklachten tegen te komen. “Hier wil ik toch niet zijn!” dacht ik. Ik wist wel dat ik kwetsbaar was, maar zo wilde ik het niet zien. Ik verlangde er juist naar om me lichamelijk fit te voelen, weer te kunnen wandelen, fietsen en genieten van de natuur. De rest zou dan vanzelf wel zijn plek vinden.

Onderzoek

Inmiddels was duidelijk dat ik waarschijnlijk een erfelijke aanleg had voor borst- en eierstokkanker. Voordat ik ziek werd had ik dat nooit willen laten onderzoeken, omdat ik dan voor de keuze kon komen te staan om preventief mijn borsten en eierstokken te laten verwijderen. Om te voorkomen dat ik voor de derde keer kanker zou krijgen, leek het me veiliger om mijn eierstokken alsnog te laten verwijderen. Het ziekenhuis waar ik onder behandeling was, wilde die operatie alleen uitvoeren als een genetisch onderzoek bevestigde dat er inderdaad sprake was van een verhoogd risico op eierstokkanker.

Uiteindelijk heb ik besloten het onderzoek te laten doen, ook voor mijn dochter. Toen er sprake bleek te zijn van een erfelijke belasting, heb ik mijn broers en zussen hier via een brief over geïnformeerd. Dat was een moeilijke keuze, want er waren nogal wat spanningen binnen de familie. En het was maar de vraag of ze op deze informatie zaten te wachten. De invloed ervan op je leven is zo groot, ook in praktisch opzicht. Mijn dochter heeft zich bijvoorbeeld pas laten onderzoeken nadat ze een huis had gekocht, om problemen met het afsluiten van een hypotheek te voorkomen. Gelukkig bleek zij niet erfelijk belast te zijn en kon ze het dus ook niet meer doorgeven. Dat hebben we natuurlijk goed gevierd!

Twee werelden

In 2009 startte ik met een opleiding massagetherapie, naast mijn werk als doktersassistente. De wens om dit te doen was ontstaan toen ik de eerste keer kanker kreeg en ik hele fijne ervaringen opdeed bij een massagetherapeute. Ik verwonderde me over wat haar handen allemaal aanvoelden, ik hoefde haar niets uit te leggen. Dat wilde ik ook leren! Ik had er alleen geen geld voor.

Nu was het wel het juiste moment. Ik vond het heerlijk om via massage en meditatie met mijn lichaam te leren werken en de stilte in te gaan. Het botste alleen met mijn baan als doktersassistente, waarbij ik in een hectische, lawaaierige omgeving werkte. Ik kreeg last van hyperacusis, ofwel overgevoeligheid voor geluid. Thuis uitte zich dat in een kort lontje en niets meer kunnen. Op het werk leverde het spanningen op met collega’s, omdat ze mij niet begrepen en rekening met me moesten houden.

Uiteindelijk belandde ik in de ziektewet. Ik bleef 8 uur per week als doktersassistente werken en kreeg een coach toegewezen om me te helpen bij het opzetten van mijn eigen massagepraktijk. Vanaf dat moment ging het stromen. Nadat ik mijn diploma had gehaald, volgde ik nog specialisaties voor massage bij kanker en bij rouw en verlies. Ik masseer nu mensen in mijn eigen praktijk bij een gezondheidscentrum en als vrijwilliger bij het Inloophuis voor Kanker Midden Brabant in Tilburg.

Genieten

Door het masseren ben ik veranderd. Vroeger nam ik geen eigen beslissingen, maar liet ik me bepalen. Ik wist niet wie ik was en wat mijn plek was in de wereld. Ik vond dat ik alles maar moest kunnen en liep mezelf voorbij. Voordat ik ging scheiden waren er tijdens een opleiding psychosynthese al bepaalde patronen aangeraakt, maar vooral op rationeel niveau. Tijdens de opleiding massagetherapie kon ik de inzichten integreren. Ik kwam thuis bij mezelf en leerde om te voelen wat er bij me past en wat niet, om mijn onderbuikgevoel niet langer te negeren maar er juist mee te werken. Daardoor kan ik nu bewust kiezen en toch in verbinding blijven met mensen die andere mogelijkheden en voorkeuren hebben dan ik. Ik zie en gun mezelf mijn eigen rol en plek in het geheel.

Door me te richten op wat voor mij goed voelt, lever ik mijn bijdrage aan de wereld. Naast het masseren geniet ik van zelfgemaakte cappuccino, in de tuin werken en van mijn kleinkinderen. Als oma heb ik een andere rol dan als moeder, er ontstaat echt iets nieuws. En als ik iets geleerd heb, dan is het wel dat er in ieder ogenblik een nieuw begin ligt.

Fotografie en interview: Tom van Limpt en Sandra Willemen